Netwerk V bulletin - 2

14 April 2026 - 11:05

Hoe kunnen we gendergelijkheid bevorderen, beginnend bij de ICT- en schoonmaaksector? Die vraag staat centraal bij het project Vrouwen Vooruit met Netwerk V, een samenwerking tussen vakbond FNV en IISG, die loopt tot eind 2027.

In de vorige Netwerk V bulletin stonden de ICT-sector centraal. Dit keer richten we ons op de vrouwen uit de schoonmaaksector. Daarvoor spraken we met Caroline Lamberts. Als bestuurder bij de FNV voor de schoonmaaksector voert zij de CAO-onderhandelingen. Daarnaast zet ze zich in voor problemen waar schoonmakers tegenaan lopen in de regio’s Rotterdam, Den Haag en Utrecht. Vanuit deze rol weet ze als geen ander wat er speelt onder schoonmakers en vormt ze de schakel tussen de sector en het project.

Wat voor uitdagingen identificeert Caroline voor het Netwerk? “Er zijn enorme verschillen in de schoonmaaksector wat betreft ideeën over emancipatie. Sommige vrouwen zijn zich er bijvoorbeeld überhaupt nog niet van bewust dat het niet normaal is dat vrouwen minder verdienen dan mannelijke collega’s”, vertelt Caroline. 

Ook gebrek aan financiële middelen en verschillende taalniveaus maken een netwerk opzetten complex. “Je kan niet van schoonmaaksters uit Groningen verwachten dat ze op eigen kosten naar Utrecht komen voor een bijeenkomst van het netwerk, hoe gemotiveerd ze ook zijn”, aldus Caroline. Omdat er veel vrouwen met een migratieachtergrond zijn, kan Nederlands lezen en schrijven lastig zijn. Daarom wordt er in het project veel gebruikgemaakt van eenvoudige taal in combinatie met afbeeldingen.

Genderongelijkheid

De voorbeelden van genderongelijkheid in de schoonmaaksector zijn veelvuldig en schrijnend, ziet Caroline in haar werk. Vrouwen krijgen bijvoorbeeld minder snel contractverlenging, en mannelijke collega’s accepteren niet altijd een vrouwelijke leidinggevende, waardoor de doorgroeimogelijkheden voor vrouwen beperkt zijn. Bovendien zijn veel vrouwen in de schoonmaaksector mantelzorger, met als gevolg dat ze naast hun betaalde baan ook buiten werktijd aan de slag moeten. 

Door de verschillen in emancipatie (h)erkennen niet alle vrouwen dit als probleem. Caroline voorspelt: “Vergeleken met de ICT-sector hebben we een veel langere weg te gaan, omdat er nog veel aan bewustwording gedaan moet worden. Het is nu dus de taak van de projectmedewerkers om de vrouwen te laten inzien dat ze de genderongelijkheid niet hoeven te accepteren. “Als je mensen wilt activeren, dan moeten ze intrinsiek gemotiveerd zijn”, stelt Caroline.

Bijeenkomsten

Sinds het begin van het project hebben er meerdere bijeenkomsten plaatsgevonden waarbij de vrouwen uit de schoonmaaksector bij elkaar kwamen om het netwerk op te zetten. Zo bespraken de schoonmaaksters de obstakels waar ze tegenaan lopen aan de hand van zogenaamde ervaringskaarten. Dit zijn kaarten waarop situaties op de werkvloer visueel zijn weergegeven, waardoor beheersing van de Nederlandse taal geen belemmering hoefde te vormen.

Hij wil niet dat ik zijn baas ben

 

 

 

 

 

 

 

Bij de meest recente bijeenkomst speelden de schoonmaakster situaties van de werkvloer na om zo te ervaren welk gedrag acceptabel is en wat niet. Vervolgens oefenden ze met hoe ze op ongewenst gedrag moesten reageren. Hoe bied je weerstand tegen een leidinggevende die een ziekmelding niet accepteert of een organisatie die verwacht dat je meer uur werkt dan contractueel is vastgelegd? 

Ook was er ruimte om te bespreken wat de vrouwen aan bod zouden willen laten komen bij cao-onderhandelingen: van menstruatieverlof tot hogere lonen en meer respect op de werkvloer. De bijeenkomst werd afgesloten met het besluit om eerst het huidige netwerk van circa dertig schoonmaaksters te versterken, om vervolgens de groep uit te breiden.